Loonbelasting

Loonbelasting. Eiser is enig aandeelhouder van een houdstervennootschap. Eiser sluit een loonstamrechtovereenkomst met de houdstervennootschap. De rechtbank beslist dat in 2013 sprake is van onderdekking – en daarmee (gedeeltelijke) afkoop – van het loonstamrecht.

De Belastingdienst behoeft geen nadere vragen te stellen over de dekking van een loonstamrecht indien de aangifte geen aanwijzingen bevat om vragen te stellen. Bevindingen uit een later boekenonderzoek vormen een nieuw feit.

Een DGA houdt alle aandelen in onder meer BV 1 . Tevens heeft hij een stamrechtovereenkomst gesloten met deze BV. De waarde van de aanspraak op deze stamrechtvoorziening is buiten de heffing gehouden met een beroep op art. 11 lid 1 letter g Wet LB. Sinds 2013 is sprake van onderdekking van het stamrecht. BV verricht geen andere activiteiten dan het beheren van het stamrecht en maakt structureel verlies. Het belangrijkste vermogensbestanddeel van de BV is een niet verhaalbare vordering op de DGA.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat sprake is van een nieuw feit wanneer feiten niet direct uit de aangifte blijken en de aangifte ook geen aanleiding geeft tot het stellen van nadere vragen. Navordering is dan mogelijk. In concreto gaat het hierbij om feiten die een aanwijzing zouden kunnen zijn voor de onderdekking van een loonstamrecht in 2013. Nu de BV structureel verliezen maakt en het belangrijkste activum een niet verhaalbare vordering op de DGA is, is in 2013 sprake van onderdekking en derhalve van afkoop van het loonstamrecht.

Wetsartikelen:

Wet op de loonbelasting 1964 19b

Wet op de loonbelasting 1964 11

Algemene wet inzake rijksbelastingen 16

 

< terug